Als je opgroeide met beelden van Oranje op een EK of WK, vraag je je misschien weleens af waar die spelers van toen gebleven zijn. Een voetbalcarrière duurt meestal tot ergens in de dertig, en daarna ligt er nog een heel leven voor je. Sommige oud-internationals blijven dicht bij het veld, anderen kiezen een route die je niet direct zou verwachten.

In dit artikel lees je over een aantal bekende namen uit het Nederlands elftal en de richting die ze na hun actieve loopbaan insloegen. Het laat vooral zien hoe verschillend die tweede carrière kan uitpakken.

Van het veld naar de dug-out

De meest voor de hand liggende stap is het trainersvak. Giovanni van Bronckhorst is daar een goed voorbeeld van. Hij werd in 2017 kampioen met Feyenoord, haalde met Rangers de finale van de Europa League en werkte later als assistent bij Liverpool. Mark van Bommel trainde onder meer PSV en Wolfsburg en won met Royal Antwerp in België zowel de landstitel als de beker.

Ook Ruud van Nistelrooy koos voor de dug-out. Na zijn periode bij PSV was hij interim-trainer bij Manchester United en ging hij daarna aan de slag bij Leicester City. Patrick Kluivert volgde een opvallend internationaal pad en werd in 2025 bondscoach van Indonesië. Je ziet dat voor veel oud-spelers de kleedkamer simpelweg te vertrouwd is om achter zich te laten.

Achter de bestuurstafel

Niet iedereen wil langs de lijn staan. Edwin van der Sar, ooit recordinternational en een van de beste keepers van zijn generatie, stapte in het clubbestuur. Hij begon bij Ajax als marketingdirecteur en was daarna jarenlang algemeen directeur van de club. Zo zag je een keeper die vroeger ballen tegenhield ineens begrotingen en transfers bespreken.

Ook Marc Overmars maakte die overstap. Hij werd technisch directeur bij Ajax en later bij Royal Antwerp. Dit soort functies vraagt om heel andere vaardigheden dan voetballen: onderhandelen, plannen maken en een organisatie leiden.

Aan tafel als analist

Een andere populaire keuze is televisie. Oud-spelers weten als geen ander wat er op het veld gebeurt, en dat maakt ze geschikt als analist. Pierre van Hooijdonk werd een vast gezicht bij voetbalprogramma’s en staat bekend om zijn duidelijke meningen. Marco van Basten was eerder bondscoach van Oranje en trainer bij onder meer Ajax en Heerenveen, maar is tegenwoordig vooral bekend als kritische stem in de studio.

Ruud Gullit combineerde trainerswerk bij clubs als Chelsea en Feyenoord met analistenwerk, en keerde in 2017 nog even terug bij Oranje als assistent. Wil je meer achtergrond over de prestaties van deze spelers, zoals wie de meeste doelpunten maakte voor het Nederlands elftal, dan vind je daarover informatie op www.vraageensporter.nl, waar allerlei sportvragen worden beantwoord.

Verrassende tweede levens

Soms kiest een oud-international een pad waar je echt van opkijkt. Een paar voorbeelden:

  • Rafael van der Vaart stortte zich serieus op darts en deed mee aan toernooien, naast zijn werk als analist.
  • Edwin van der Sar stond na zijn afscheid nog even onder de lat bij amateurclub VV Noordwijk.
  • Dirk Kuyt speelde na zijn profloopbaan nog bij amateurclub Quick Boys en werd later trainer, onder andere bij ADO Den Haag.
  • Clarence Seedorf was actief als ondernemer en werd bondscoach van Kameroen.

Waarom de overstap niet altijd makkelijk is

Het lijkt misschien logisch dat een topspeler ook een goede trainer of bestuurder wordt, maar dat is lang niet altijd zo. Als speler ben je vooral bezig met je eigen prestatie. Als trainer moet je een hele groep sturen en sta je bloot aan kritiek op elke keuze. Ook bij Oranje-legendes ging dat niet altijd zonder slag of stoot: ontslagen en korte periodes bij clubs horen er net zo goed bij.

Daarnaast speelt het mentale aspect mee. Na jaren van vaste trainingen, wedstrijden en aandacht valt er plotseling veel weg. Wie op tijd nadenkt over wat er daarna komt, heeft vaak een soepelere overgang. Dat geldt trouwens niet alleen voor profs, maar voor iedereen die een sport op hoog niveau beoefent.

Als je de loopbanen van deze oud-internationals naast elkaar legt, zie je hoe breed het leven na het voetbal kan zijn. De een blijft het spel volgen vanaf de bank, de ander vanuit de studio of de directiekamer, en een enkeling gooit het over een heel andere boeg. De volgende keer dat je een bekende naam uit het verleden voorbij ziet komen, weet je in elk geval dat er na het laatste fluitsignaal vaak nog een tweede verhaal begint.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *